Wil je zwanger worden? Klik hier
ZWANGER WORDEN EN...
» Foliumzuur
» Leeftijd
» Voeding
» Gewicht
» Alcohol
» Roken
» Drugs
» Koffie
» Werk
» Stress
» Sport en beweging
» Sauna
» Geslachtsziektes en HIV/Aids
» Infecties
» Rodehond
» Medicijnen
» Inentingen
» Erfelijke aandoeningen
» Chronische ziekten
» Vorige zwangerschap
SNELLER ZWANGER WORDEN
» Stoppen met de pil en andere anticonceptie
» Timing van de zwangerschap
» Vruchtbaarheid vrouw en man neemt af
» Vruchtbare dagen
» Zwanger worden en de menstruatiecyclus
» Zwanger worden of niet?
» Temperatuurmethode
» Sterk zaad
» Vrijen voor een baby
» Zwangerschapskansen
» Redenen om minder lang af te wachten
ALS 'T NIET VANZELF GAAT
» Als zwanger worden niet vanzelf gaat
» Jaloezie
» Patiëntenverenigingen
» Vruchtbaarheidsonder- zoek bij man en vrouw
» Oorzaken van vruchtbaarheidsproblemen
» Herhaalde miskramen
» Vruchtbaarheids- behandelingen
» Operatieve vruchtbaar- heidsbehandeling
» Intra-uteriene inseminatie (IUI)
» Reageerbuisbevruchting (IVF)
» Behandeling zwak zaad (ICSI, MESA, PESA, TESE)
» Vruchtbaarheids- behandeling na je veertigste
» Donor of draagmoeder
» Links
Ben je al zwanger?
Ga naar » ZwangerNu.nl
Oriënterend vruchtbaarheidsonderzoek
Als zwanger worden niet vanzelf gaat, wordt er eerst een oriënterend vruchtbaarheidsonderzoek verricht, door de huisarts of gynaecoloog. Zijn beide partners gezond? Is het sperma normaal? Treedt er een eisprong op? Is de kans groot dat de eileiders verstopt zijn? Is de overgang ophanden? Zijn er problemen bij het vrijen? Is de vrouw al eens zwanger geweest, en heeft de man ooit een vrouw zwanger gemaakt? Deze vragen zijn eenvoudig te beantwoorden, sommige aan de hand van een simpele test.
In elk geval wordt het sperma onderzocht en worden de man en de vrouw lichamelijk onderzocht. Vaak ook vraagt de huisarts of gynaecoloog om een temperatuurcurve te maken, om te controleren of er een eisprong plaatsvindt. Vaak wordt er bloedonderzoek verricht en soms een samenlevingstest, waarbij gekeken wordt of de zaadcellen na het vrijen in de vagina blijven leven.
Vruchtbaarheidsonderzoek bij de man
Bij 80 procent van de mannen met zwak zaad wordt geen oorzaak gevonden, óf een oorzaak die niet te verhelpen is.
Hormoononderzoek
Als het zaad bijzonder zwak is, kan de gynaecoloog, uroloog of androloog hormoononderzoek verrichten bij de man. Dat is echter geen routine, omdat hormoonafwijkingen zelden de oorzaak zijn van manlijke vruchtbaarheidsproblemen.
Bij hormoononderzoek wordt er gekeken of de stoornis zich bevindt op het niveau van de hersenen (de hypofyse), of op het niveau van de zaadballen. Daartoe worden de hormonen FSH, LH en testosteron gemeten.
Chromosoomonderzoek
Als er minder dan één miljoen bewegende zaadcellen per milliliter worden gevonden, wordt er vaak een chromosoomonderzoek verricht bij de man om te kijken of een erfelijke afwijking het vruchtbaarheidsprobleem veroorzaakt. Dat gebeurt ook wanneer de zaadleiders niet zijn aangelegd. En vaak ook voorafgaand aan een ICSI-behandeling, een bijzondere IVF-behandeling waarbij de zaadcel rechtstreeks in de eicel wordt geïnjecteerd.
Als het sperma geen of nauwelijks levende zaadcellen bevat, is het mogelijk om de zaadballen verder te onderzoeken. Soms wordt er een echoscopie gemaakt om te kijken of er een afsluiting bestaat die de zaadcellen tegenhoudt. Of een spatader in de balzak.
Vruchtbaarheidsonderzoek bij de vrouw
Een ontbrekende eisprong is verantwoordelijk voor 20 tot 25 procent van alle vruchtbaarheidsproblemen. Daar ligt dan een hormoonstoornis aan ten grondslag. Vrouwen merken dat doordat ze onregelmatig, alleen af en toe, of nooit menstrueren.
Bloedonderzoek
Bloedonderzoek helpt om meer duidelijkheid te krijgen over de hormoonstoornis. Daarbij kunnen FSH, LH, oestrogeen, progesteron, testosteron en prolactine gemeten worden.
Echoscopie
Echoscopie is een elegante manier om in het lichaam organen zichtbaar te maken. Echoscopie is bijvoorbeeld geschikt om naar de eierstokken te kijken en de eiblaasjes (follikels) te meten. Het onderzoek is niet pijnlijk, er hoeft geen naald of mes naar binnen, zoals bij een operatie, en het kent geen bijwerkingen.
Bij echoscopie worden er met een transducer – een staafje of een schijf aan een snoer – geluidsgolven de buik ingestuurd van een hoge frequentie. Die geluidsgolven worden in het lichaam weerkaatst door de organen. Op deze manier kan de binnenkant van het lichaam zichtbaar gemaakt worden in een vlekkerig zwart-wit.
Clomifeencitraat
Verder kan de gynaecoloog kijken hoe de eierstokken reageren op clomifeencitraat (Clomid®), dat de eiblaasjes stimuleert om te groeien. Vóór de kuur zal de gynaecoloog met de echo kijken hoeveel eiblaasjes er in de eierstokken te zien zijn, en bloedonderzoek laten doen naar bepaalde hormonen. Vervolgens gebruikt de vrouw vijf dagen lang clomifeencitraat. De dag erna is er op de echo te zien of de eiblaasjes goed hebben gereageerd.
Röntgencontrastfoto
Om te controleren of de eileiders doorgankelijk zijn zal de gynaecoloog op een zeker moment een röntgencontrastfoto willen maken, ook wel hysterosalpingogram (HSG) genaamd. Een HSG wordt uitgevoerd na de menstruatie maar voor de eisprong, zodat er geen sprake kan zijn van een zwangerschap. Het onderzoek wordt verricht door de gynaecoloog, op de röntgenafdeling van het ziekenhuis. Wanneer er na de röntgencontrastfoto of HSG niet binnen een halfjaar een zwangerschap optreedt, kan er een kijkoperatie gedaan worden, ook wel laparoscopie genoemd. Soms wordt de röntgencontrastfoto overgeslagen en wordt de kijkoperatie meteen verricht.
Hysteroscopie
Als er op de baarmoederfoto en bij de kijkoperatie niets afwijkends is gezien, kan de gynaecoloog voorstellen een hysteroscopie te doen om de binnenkant van de baarmoeder te bekijken. Het is een poliklinische ingreep waarbij onder plaatselijke verdoving een dun kijkbuisje wordt ingebracht. De beelden verschijnen op een monitor. De gynaecoloog kan daarbij zien of er vleesbomen, poliepen of verklevingen te zien zijn die mogelijk de zwangerschap belemmeren.
|
© Stichting Erfocentrum 2005-2013 / Disclaimer
Het Erfocentrum wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van het het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Vereniging Klinische Genetica Nederland (VKGN).
|

